WEDSTRIJDZAKEN

NetNiet staat voor serieus spelen zonder winstoogmerk

Spelregels

Ondanks het feit dat plezier bovenaan staat is het wel belangrijk enige afspraken te maken over hoe te spelen. Als we dat niet doen wordt het chaos en hoeven we niet meer te tellen. Het uitgangspunt moet zijn: "Alle NetNieters spelen in een goede sfeer en op sportieve wijze voor het beste resultaat".


AFSPRAAK 1:

  • Op hole 1 mag een mulligan worden genomen. Daarna kies je de beste bal.


AFSPRAAK 2:

BIJ NN HANTEREN WE ALTIJD GEEN OF MAXIMAAL 1 STRAFSLAG EN SPREKEN WE HET VOLGENDE AF:


A. Geen strafslag

  • Als je je bal beweegt bij het zoeken of identificeren. Je moet wel de bal terugplaatsen.
  • Als hij is ingebed (behalve in de bunker).
  • Als je bal per ongeluk jezelf of je uitrusting raakt.
  • Bij een double hit (als je de bal per ongeluk twee keer of vaker raakt). Speel de bal hierna zoals die ligt.


B. Bal is onvindbaar of moeilijk bespeelbaar:

1. Is de bal zoek of ligt deze moeilijk/onbespeelbaar in het bos dan mag je je uit de lastige situatie kopen:

    • Je dropt de gevonden - of de nieuwe bal op de rand van de fairway, op dezelfde hoogte.      

2. Out of Bounds

    • Je handelt als bij 1

3. Bal ligt in het water. 

    • Je dropt de bal op de locatie waar uw bal het water in ging op de grens waar de bal het water in is gegaan. Je mag in een rechte lijn naar achteren lopen. Hoever u naar achter loopt is volledig uw eigen keus.

    C. Golfregels op de green

    • Bij een putt vanaf de green mag de vlag in de hole blijven; er volgt geen straf als de bal de vlaggenstok raakt.
    • Een bal die klem zit tussen de vlaggenstok en de rand van de hole, is uitgeholed.
    • Geen straf als je de bal of marker op de green per ongeluk beweegt. Je moet de bal terugplaatsen.
    • Beweegt de bal op de green uit zichzelf (bijvoorbeeld door wind), dan moet de bal van zijn nieuwe plek worden gespeeld. Maar als de bal beweegt nadat hij is gemarkeerd, opgenomen en teruggeplaatst, moet je hem terugplaatsen.
    • Je mag op je speellijn op de green bijna alle mogelijke schade herstellen.

    D. Golfregels bij zoeken

    • Geen straf als je je bal beweegt bij het zoeken of identificeren. Je moet de bal terugplaatsen.
    • Je hoeft niet te melden dat je de bal gaat identificeren. Je moet de bal wel markeren.
    • Je mag maximaal 3 minuten zoeken naar je bal.

    E. Golfregels bij bal in beweging

    • Geen straf als je bal per ongeluk jezelf of je uitrusting raakt.
    • Geen straf bij een double hit (als je de bal per ongeluk twee keer of vaker raakt). Speel de bal hierna zoals die ligt.

    F. Golfregels bij droppen

    • Droppen moet vanaf kniehoogte (de hoogte van je knie als je staat) en niet hoger of lager.
    • Afhankelijk van de regel is een dropzone (waar je moet droppen) één of twee stoklengtes groot.
    • De dropzone mag je meten met de langste club in je tas, maar niet met je putter.
    • Bij het droppen moet de bal in de dropzone landen en tot stilstand komen.
    • Als je de bal opneemt om te droppen, mag je een andere bal uit je tas pakken.

    G. Golfregels bij hindernissen

    • In een hindernis (rode of gele palen) mag je zonder straf het water of de grond aanraken. Je mag ook losse natuurlijke voorwerpen verwijderen (blaadjes, takjes) en een oefenswing maken.

    H. Golfregels bij bunkers

    • In een bunker mag je losse natuurlijke voorwerpen verwijderen en je mag het zand aanraken met je club, maar je mag de bunker niet ‘testen’. Je mag niet het zand vlak voor of achter je bal aanraken, ook niet in de backswing van je slag of bij een oefenswing.
    • Bij een lastige positie in een bunker is er een extra optie: de bal onspeelbaar verklaren en met twee strafslagen droppen buiten de bunker achter de plek waar je bal lag op de rechte lijn die loopt vanaf de hole door de plek waar je bal lag. De dropzone is een clublengte.

    I. Golfregels bij bal ingebed, verloren of out of bounds

    • Je mag de bal zonder straf droppen als hij is ingebed (behalve als hij is ingebed in zand).
    • Out of bounds (zie regel B)

    Sneller spelen - Ready Golf

    Als we een kwartier per hole spelen duurt een wedstrijd 4,5 uur.

    Daar tellen we een half uur bij op voor gezelligheid, rustig wandelen,

    zoeken en technische gebreken. Dan zitten we op vijf uur. Wij doen er met drietallen nota bene 5,5 uur over. Dat is echt te veel. Het laatste half uur hoeft absoluut niet. Twee minuten per hole minder en je bent er al. Om die tijdwinst te maken hoef je niet te haasten of te rennen. Als we in de baan en op de green o.a. iets slimmer zijn met meekijken, kar goed parkeren en volgorde van slaan verbeteren behalen we veel tijdwinst. Lees bovenstaande goed en dit hoofdstuk hieronder.

    ZOMAAR EEN BEREKENING

    HIERMEE MAAK JE TIJDWINST

     1. Harken? Sla alvast!

    De bal van je medespeler ligt in de bunker. Je medespeler slaat de bal en ligt vervolgens nog steeds verder van de hole af dan jouw bal. Sla in dit geval alvast jouw bal zodat je medespeler de tijd heeft om de bunker te harken en zich voor te bereiden op de volgende slag.


     2. Meteen uitholen

    Op de green heb je jouw bal dichtbij de hole geputt, maar ook dichtbij de lijn van je medespeler. Hole dan vast uit. Dit is sneller dan opnieuw je bal markeren, je medespeler laten putten en dan zelf putten.


     3. Soms voor je beurt slaan

    Jij bent klaar om te slaan maar je medespeler, die eigenlijk aan de beurt is, nog niet. Sla dan als eerste zodat je medespeler daarna kan slaan en de tijd heeft om zich nog voor te bereiden op de volgende slag.


     4. Lastige bal

    Het kan zijn dat je medespeler verder weg ligt dan jij maar een lastige slag heeft. Je medespeler heeft wat tijd nodig om zijn of haar opties te bekijken. Als het veilig is, sla dan eerst jouw bal. Dan heeft je medespeler wat meer tijd en kan hij of zij slaan nadat jij je bal hebt geslagen.


     5. Eerst slaan, dan zoeken

    Je medespeler heeft de bal in het bos geslagen en jouw bal ligt prachtig op de fairway. Sla dan eerst je eigen bal op de fairway en ga daarna helpen met zoeken. Dat kan behoorlijk wat tijd schelen.


     6. Voor de green eerst

    Jouw bal ligt aan de voorkant van de green en de bal van je medespeler ligt over de green. Chip jouw bal dan eerst vanaf de voorkant van de green zodat je medespeler de tijd heeft om naar de achterkant van de green te lopen.

     7. Kortere afslagen eerst

    Het komt weleens voor dat je op de groep vóór je moet wachten. Misschien is je medespeler, een longhitter, aan de beurt om te slaan, maar die heeft de kans de spelers voor jullie te raken. Jij slaat wellicht korter en kan de spelers voor je nooit raken. Sla dan als eerste vanaf de tee, dat scheelt weer wat tijd.


     8. Een korte pre-shot-routine

    Een pre-shot-routine herhaal je bij iedere slag. Als deze kort is, kan dit veel tijd schelen in een golfronde. Een goede en veelgebruikte routine is ‘staan, oefenswing, slaan’. Hoe langer je over je slag gaat nadenken hoe slechter die meestal gaat. Je golfprofessional kan je helpen met het vinden van je juiste (korte) pre-shot-routine.


     9. Klaar staan

    Zorg ervoor dat je al helemaal klaar bent om te spelen als je aan de beurt bent. Dit voorkomt veel frustratie van andere spelers en de ronde zal ook een stuk sneller gaan. Vlak voordat je bij je bal aankomt kun je alvast kijken wat de windrichting is. Gebruik je een rangefinder? Laser dan alvast de afstand terwijl anderen slaan en doe dat niet pas als het jouw beurt is.


     10. Speel een provisionele bal

    Zodra je denkt dat je bal verloren of buiten de baan zou kunnen zijn, speel je een provisionele bal. Stel dat de eerste bal verloren is, dan hoef je niet terug te lopen naar de plaats waar je vandaan kwam omdat je al een provisionele bal hebt gespeeld.


     11. Scores op de juiste plek noteren

    Noteer de score pas als je bent aangekomen op de volgende afslag. Dan is de hole die je net hebt gespeeld vrij voor de groep achter je. Wie als eerste afslaat op de volgende hole, noteert de score pas na de afslag, terwijl anderen afslaan. Kijk wel altijd mee bij de afslag van anderen!

    Hoe meer mensen meekijken, hoe eerder een scheve afslag wordt gevonden.

     12. Kies de juiste tee

    De keuze van de afslagplaats heeft veel invloed op de snelheid van het spel. Als een beginnende golfer van de gele of witte afslag speelt heeft hij/zij doorgaans meer slagen nodig en duurt een ronde ook aanzienlijk langer. Tevens kan het spelen van de juiste afslag ervoor zorgen dat je een aantal lastige hindernissen of lastige gebieden al gepasseerd bent. Hierdoor gaat ook de succesbeleving omhoog.


      13. Tassen slim wegzetten (zie voorbeeld boven)

    Als je naar de green loopt, zet je tas dan meteen op de weg richting de afslag van de volgende hole. Soms zie je de volgende afslag al liggen of er staat een bordje dat de richting aangeeft.


     14. Voorbereiding op een slag

    Terwijl je naar je bal toe loopt of terwijl anderen in je flight aan het spelen of voorbereiden zijn, kan je al veel informatie inwinnen die belangrijk is voor je volgende slag. Waar komt de wind vandaan, wat is de afstand die je wilt overbruggen, hoe loopt de hole, waar liggen de hindernissen? Op deze manier ben je klaar om je bal te slaan als je aan de beurt bent.


     15. Afwisseling van spelvormen

    Een van de mooie aspecten van golf is dat er verschillende spelvormen zijn. Het maakt de sport niet alleen divers maar het kan ook helpen bij de spelsnelheid. Strokeplay is een van de langzaamste spelvormen aangezien iedereen elke hole moet uitspelen. Stableford spelen gaat sneller; de spelers moeten de bal oppakken als ze geen punten meer kunnen halen. Hetzelfde geldt voor bogey- en par-wedstrijden en foursomes. En matchplay gaat ook snel omdat tegenstanders slagen aan elkaar kunnen geven.


     16. Kijk mee als anderen slaan

    Als je een rondje speelt, kijk dan altijd mee als een ander slaat. Bij een scheve slag vind je dan veel eerder de bal. Ga bij een rechtshandige speler bij voorkeur rechts naast de speler staan. Je staat dan veilig en kunt de bal goed volgen.


     17. Vlag laten staan

    Het scheelt echt tijd als we niet steeds de vlag in en uit halen. Uitzondering is bijv als de vlag scheef staat bij een stevige wind.


     18. Loop niet voor de troepen uit in de weg.

    Soms gaan spelers  meteen na de afslag al lopen naar hun geslagen bal terwijl de anderen nog moeten slaan. Dat leidt af, geeft irritatie en houdt de boel op ivm attenderen en veiligheid. 

    Buggy

     

    Bij 18 holes altijd een buggy:


    Ger Boer

    Eric Cats

    Jan Willem Bogers

    John Manuputti



    Wetenswaardigheden

    Een hole waarvan de green hoger ligt dan de tee speelt langer dan een hole waarvan de green lager ligt dan de tee. Hierdoor zal de werkelijke speellengte respectievelijk toe- of afnemen.


    De 5 meter-formule:

    Bij een hoogteverschil neem je per 5 meter of een club meer (uphill) of een club minder (downhill).

      Bal lager dan de voeten

    • Zet de zool van de club vlak op de grond neer
    • Hou de club wat langer vast (de bal ligt namelijk verder van de vandaan)
    • Maak een kortere swing zodat je beter in balans blijft staan.
    • Doordat je gewicht meer op de voorkant van de voeten staat, heb je de neiging om naar voren te vallen bij een volledige swing. Hierdoor kan de bal naar rechts gaan draaien. Door de de swing korter te maken hou je de balans en dan zal de bal wel rechtdoor blijven gaan.
    • Let vooral op de rust in de zwaai naar de bal toe. De club kan je hier snel mee naar voren trekken. Rust in deze beweging is dus belangrijk
    • Gebruik hier niet minder dan een ijzer 9 (dus geen sw bijvoorbeeld) de club komt steeds rechter op te staan, en zelfs zo rechtop dat je te dicht bij de bal moet gaan staan. Dan is een goed contact met de bal steeds moeilijker.


      Bal hoger dan de voeten

    • Zet de zool van de club vlak op de grond neer
    • Hou de club wat korter vast (de bal ligt namelijk dichter bij je)
    • Maak een kortere swing zodat je beter in balans blijft staan.
    • Doordat je gewicht meer op de achterkant van de voeten staat heb je de neiging om naar achter te vallen bij een volledige swing. Hierdoor kan de bal naar links gaan draaien. Door de de swing korter te maken hou je de balans en dan zal de bal wel rechtdoor blijven gaan.
    • Let vooral op de rust in de zwaai naar achteren. De club kan je hier snel mee naar achteren trekken. Rust in deze beweging is dus belangrijk
    • Gebruik hier niet meer dan een ijzer 7. Als de club steeds langer wordt zal die ook steeds vlakker komen te staan, en zelfs zo vlak dat je de club dan niet goed meer vast kunt houden.


    Boerengetal

    1. Begin mt je PHCP (via de site of op Golf.nl)


    2. Bepaal het aantal slagen mee via BaanHandicapTable van de golfbaan


    3. Verdeel je "aantal slagen mee" over de holes, te beginnen bij Stroke Index 1


    4. Het BOERENGETAL = (De PAR + AANTAL SLAGEN MEE + 2)


    5. Stablefordpunten is BOERENGETAL min jouw slagen op die hole

    OLGCMVP NetNiet-Golfclub

    Opgericht: 23 juni 2007